ECLI:NL:CRVB:2012:BW6262
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens intrekking besluit kinderbijslag
Appellante had bezwaar gemaakt tegen de weigering van kinderbijslag over het eerste kwartaal van 2009 door de Sociale verzekeringsbank (Svb), omdat zij op de peildatum niet als ingezetene werd beschouwd. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond. Vervolgens trok de Svb het bestreden besluit in en erkende appellante alsnog als ingezetene op de peildatum.
Hierdoor heeft appellante geen belang meer bij de beoordeling van het hoger beroep, zodat de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaart. Daarnaast veroordeelt de Raad de Svb tot betaling van de proceskosten van appellante in zowel beroep als hoger beroep, en tot vergoeding van het griffierecht.
De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 4 mei 2012. Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en de proceskosten worden begroot op €1311,-, te vergoeden door de Svb aan de griffier.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens intrekking van het bestreden besluit en erkenning van ingezetenschap door de Svb.