ECLI:NL:CRVB:2012:BW6233
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- M.C. Bruning
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging voorwaardelijk ontslag en overplaatsing wegens plichtsverzuim ambtenaar
Appellant, werkzaam sinds 1975 bij de gemeente ’s-Gravenhage, werd beschuldigd van ernstig plichtsverzuim doordat hij op 19 juni 2010 buitenwerk noteerde terwijl hij binnen bleef om privé te internetten. Tevens gebruikte hij de gemeentelijke printer voor privézaken en zette hij collega’s aan tot vergelijkbaar gedrag. Na een integriteitsonderzoek verleende het college hem onvoorwaardelijk strafontslag, dat later werd ingetrokken en vervangen door voorwaardelijk ontslag met een proeftijd van twee jaar en een overplaatsing naar een lagere salarisschaal.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat de straf passend was. In hoger beroep bevestigde de Raad dit oordeel. De Raad vond het plichtsverzuim terecht vastgesteld en de straf van overplaatsing en voorwaardelijk ontslag niet onevenredig. De overplaatsing was bedoeld om appellant onder strenger toezicht te plaatsen en verdere onrust op de werkvloer te voorkomen.
De Raad overwoog dat de nieuwe functie qua werkzaamheden vergelijkbaar was en de salarisachteruitgang gering was, mede door toeslagen. Wel wees de Raad op de plicht van het college om te voorkomen dat latere ontwikkelingen de straf zouden verzwaren. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het voorwaardelijk ontslag met overplaatsing wordt bevestigd.