ECLI:NL:CRVB:2012:BW6232
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- M.C. Bruning
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens ongeschiktheid en gebrek aan vertrouwen niet gerechtvaardigd
Appellant was sinds 1998 in dienst bij de gemeente Utrecht en werkte als functioneel beheerder SAP. Na langdurige ziekte en vermoedens van nevenwerkzaamheden voor een discotheek op zijn naam, werd appellant ontslagen wegens ongeschiktheid anders dan op grond van ziekte en subsidiair wegens gebrek aan vertrouwen.
Het college baseerde het ontslag mede op het niet melden van nevenwerkzaamheden en het niet naleven van re-integratieverplichtingen. Appellant gaf aan dat hij organisatorisch niet betrokken was bij de discotheek en weigerde inzage te geven in zijn financiële situatie, behalve aan een maatschappelijk werker.
De Raad oordeelde dat het gedrag van appellant grotendeels begrijpelijk was en onvoldoende grond bood voor ontslag. Er was geen objectief gebrek aan vertrouwen en de functiebeschrijving rechtvaardigde niet de aan appellant toegedichte bevoegdheden. Een waarschuwing was passend geweest, maar ontslag niet. Het college had niet de bevoegdheid om het dienstverband te beëindigen op de gebruikte gronden.
De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd vernietigd, het ontslagbesluit herroepen en het college werd veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het ontslag van appellant wordt vernietigd en het college wordt veroordeeld in de proceskosten.