ECLI:NL:CRVB:2012:BW6038
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- H. Bolt
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag individuele re-integratieovereenkomst wegens budgetoverschrijding en onvoldoende werkloosheidsduur
Appellant diende een aanvraag in voor een individuele re-integratieovereenkomst (IRO) via een re-integratiebedrijf, die door het UWV werd afgewezen omdat het re-integratiebudget voor 2010 was overschreden en appellant op dat moment korter dan 12 maanden werkloos was.
Appellant voerde aan dat het UWV op basis van uitlatingen van de werkcoach een toezegging had gedaan en dat het besluit in strijd was met het vertrouwensbeginsel en het verbod van willekeur. De rechtbank vernietigde het besluit maar handhaafde de rechtsgevolgen, terwijl de Raad oordeelde dat geen sprake was van een ondubbelzinnige toezegging en dat het UWV vrij was het besluit te nemen.
De Raad overwoog dat het UWV de aanvraag pas op 10 maart 2010 ontving en dat het niet verplicht was vóór 15 maart 2010 te beslissen. De nieuwe gedragslijn, ingegeven door budgetoverschrijding, mocht worden toegepast. Het beroep op het vertrouwensbeginsel en het verbod van willekeur slaagde niet, en het verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: De aanvraag voor een individuele re-integratieovereenkomst wordt afgewezen en het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt.