ECLI:NL:CRVB:2012:BW5995
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terug te komen op beëindigingsbesluit Ziektewet wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant was werkzaam als medewerker bij een bakkerij en viel uit wegens rugklachten, waarna hem een Ziektewetuitkering werd toegekend. Het UWV beëindigde deze uitkering per 2 juli 2007, omdat appellant toen weer geschikt werd geacht voor zijn laatst verrichte arbeid. Appellant verzocht later terug te komen op dit besluit met medische stukken van zijn huisarts en revalidatiearts.
Het UWV weigerde dit verzoek omdat geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren aangetoond. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat de medische stukken geen ander licht wierpen op de situatie per 2 juli 2007. Appellant stelde in hoger beroep dat de stukken van de revalidatiearts wel nieuwe feiten bevatten, maar de Raad volgde dit niet.
De Raad overwoog dat voor terugkomen op een onherroepelijk besluit nieuwe feiten of veranderde omstandigheden vereist zijn. De door appellant overgelegde stukken waren grotendeels reeds beoordeeld of bevatten geen nieuwe informatie over de situatie op de relevante datum. Ook het verzoek om een deskundige te benoemen werd afgewezen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot terugkomen op het beëindigingsbesluit wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten.