ECLI:NL:CRVB:2012:BW5895
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens intrekking geschil na gewijzigd besluit UWV
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Maastricht inzake een socialezekerheidszaak tegen het UWV. Tijdens de procedure heeft het UWV op 27 oktober 2010 en later op 22 november 2011 nieuwe besluiten genomen, waarbij het bezwaar van appellant alsnog gegrond werd verklaard.
Hierdoor is het geschil tussen partijen komen te vervallen, omdat het UWV volledig tegemoet is gekomen aan de bezwaren van appellant. Dit leidde ertoe dat appellant geen belang meer had bij een oordeel van de Raad over de aangevallen uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep heeft daarom het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tevens is het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant voor verleende rechtsbijstand en het betaalde griffierecht.
De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 16 mei 2012, waarbij appellant niet aanwezig was en het UWV werd vertegenwoordigd door A.H.G. Boelen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het UWV het bezwaar van appellant heeft gehonoreerd.