Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2012:BW5895

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
16 mei 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/4673 WW + 10/6615 WW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens intrekking geschil na gewijzigd besluit UWV

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Maastricht inzake een socialezekerheidszaak tegen het UWV. Tijdens de procedure heeft het UWV op 27 oktober 2010 en later op 22 november 2011 nieuwe besluiten genomen, waarbij het bezwaar van appellant alsnog gegrond werd verklaard.

Hierdoor is het geschil tussen partijen komen te vervallen, omdat het UWV volledig tegemoet is gekomen aan de bezwaren van appellant. Dit leidde ertoe dat appellant geen belang meer had bij een oordeel van de Raad over de aangevallen uitspraak.

De Centrale Raad van Beroep heeft daarom het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tevens is het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant voor verleende rechtsbijstand en het betaalde griffierecht.

De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 16 mei 2012, waarbij appellant niet aanwezig was en het UWV werd vertegenwoordigd door A.H.G. Boelen.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het UWV het bezwaar van appellant heeft gehonoreerd.

Uitspraak

09/4673 WW
10/6615 WW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 8 juli 2009, 08/1406 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats], Italië, (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak 16 mei 2012.
PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. M.J. Mookhram, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Op 27 oktober 2010 heeft het Uwv een nieuw besluit genomen.
Mr. Mookhram heeft de Raad meegedeeld niet langer als gemachtigde van appellant op te treden.
Op 22 november 2011 heeft het Uwv een gewijzigd besluit genomen. Het Uwv heeft het bezwaar van appellant alsnog gegrond verklaard.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 april 2012. Appellant is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door A.H.G. Boelen.
OVERWEGINGEN
1. Met het besluit van 22 november 2011 heeft het Uwv opnieuw op het bezwaar van appellant beslist. Dit besluit komt, gelet op de aangevoerde gronden, geheel tegemoet aan de bezwaren van appellant. Tussen partijen bestaat, gezien de inhoud van het besluit en hetgeen overigens is aangevoerd, geen geschil meer. Derhalve heeft appellant geen belang meer bij een oordeel van de Raad over de aangevallen uitspraak. Het hoger beroep zal dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard.
2. Er bestaat aanleiding om het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellant voor verleende rechtsbijstand. Deze kosten worden begroot op € 644,- in beroep en op € 322,- in hoger beroep, totaal € 966,-.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep
- verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 966,-;
- bepaalt dat het Uwv het door appellant in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 149,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door H.G. Rottier, in tegenwoordigheid van N.S.A. El Hana als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 mei 2012.
(get.) H.G. Rottier
(get.) N.S.A. El Hana
TM