ECLI:NL:CRVB:2012:BW5687
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C. Bruning
- K. Zeilemaker
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit verlenging tijdelijke aanstelling ambtenaar voor zes maanden
Appellant was vanaf 1 januari 2010 tijdelijk aangesteld bij de gemeente ’s-Gravenhage voor twaalf maanden met de mogelijkheid tot beoordeling voor een vaste aanstelling. Na een positieve beoordeling in juni 2010 werd appellant in december 2010 geïnformeerd over een voorgenomen verlenging van zes maanden. Het college besloot dit formeel in februari 2011.
Appellant maakte bezwaar tegen deze beslissing en vorderde een vaste aanstelling of een verlenging van twaalf maanden, onder meer op grond van het vertrouwensbeginsel en artikel 8:12 van Pro de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Den Haag (ARG). De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep.
De Raad overwoog dat geen uitdrukkelijke, ondubbelzinnige en onvoorwaardelijke toezegging was gedaan die het college verplicht tot een vaste aanstelling. Het beroep op het vertrouwensbeginsel en op artikel 8:12 ARG Pro faalde omdat appellant vooraf op de hoogte was van de zes maanden verlenging. De Raad zag geen reden om het besluit te vernietigen en wees het beroep af.
Uitkomst: De tijdelijke aanstelling van appellant is rechtsgeldig verlengd voor zes maanden; geen recht op vaste aanstelling.