ECLI:NL:CRVB:2012:BW5428
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- J.L.P.G. van Thiel
- Rechtspraak.nl
Verlenging loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen door werkgever
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de verlenging van het recht op loon tijdens ziekte centraal. De werkgever, betrokkene, kreeg een loonsanctie opgelegd door het UWV omdat zij volgens het UWV onvoldoende had voldaan aan haar re-integratieverplichtingen gedurende de ziekteperiode van de werkneemster.
De rechtbank had het besluit van het UWV vernietigd wegens strijd met het motiveringsbeginsel, omdat de rapportages van de bezwaarverzekeringsarts en bezwaararbeidsdeskundige niet voldoende begrijpelijk waren. In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak vernietigd en geoordeeld dat het UWV terecht de loonsanctie heeft opgelegd.
De Raad baseerde zich op rapportages waarin werd geconcludeerd dat de bedrijfsarts de psychische problematiek van de werkneemster onvoldoende had onderkend, waardoor re-integratiekansen onterecht waren gemist. De werkgever had onvoldoende re-integratie-inspanningen verricht zonder daarvoor een deugdelijke grond te hebben. De toekenning van een loongerelateerde WGA-uitkering aan de werkneemster na afloop van de loonsanctie doet hieraan niet af.
De Raad verklaarde het beroep van de werkgever ongegrond en bevestigde de verlenging van de loonsanctie met 52 weken.
Uitkomst: De loonsanctie van 52 weken wordt gehandhaafd omdat de werkgever onvoldoende re-integratie-inspanningen heeft verricht zonder deugdelijke grond.