ECLI:NL:CRVB:2012:BW5333
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontvankelijkheid bezwaar en vaststelling WAO-uitkering werknemer
De zaak betreft het hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam over de vaststelling van een WAO-uitkering aan een werknemer.
Het bezwaar van de werkgever tegen het besluit van 24 januari 2001 werd door de Raad niet-ontvankelijk verklaard vanwege overschrijding van de bezwaartermijn. De onjuiste tenaamstelling in het besluit werd gezien als een kennelijke verschrijving, waardoor geen misverstand over de geadresseerde kon bestaan. De rechtbank had dit niet onderkend, waardoor dit deel van het bestreden besluit werd vernietigd.
Ten aanzien van de vaststelling van de WAO-uitkering per 10 maart 2003 volgde de Raad het oordeel van de door de rechtbank ingeschakelde onafhankelijke medisch deskundige, cardioloog Van Dijk. Deze concludeerde dat de werknemer beperkt is voor zware fysieke belasting maar geschikt voor licht belastend werk, en dat er geen urenbeperking noodzakelijk was. De Raad vond geen bijzondere omstandigheden om van dit oordeel af te wijken.
De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank, oordeelde dat het UWV niet voldeed aan de vereiste zorgvuldigheid en motivering bij het besluit over de mate van arbeidsongeschiktheid, en veroordeelde het UWV tot betaling van proceskosten aan de werknemer.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het besluit van 24 januari 2001 is niet-ontvankelijk verklaard en de vaststelling van de WAO-uitkering per 10 maart 2003 is bevestigd.