ECLI:NL:CRVB:2012:BW5098
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- E.C.R. Schut
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand en terugvordering wegens schending inlichtingenverplichting
Appellante ontving sinds 2004 bijstand als alleenstaande ouder. Na haar aanhouding voor winkeldiefstal in 2008 vond een onderzoek plaats waarbij grote hoeveelheden luxe goederen en contant geld in haar woning werden aangetroffen. Het college beëindigde daarop de bijstand en vorderde de kosten terug wegens vermoedelijke handel in goederen zonder deugdelijke administratie.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze besluiten ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij haar eerdere verklaringen had teruggenomen en dat deze onder druk waren afgelegd. De Raad oordeelde echter dat dit niet aannemelijk was en dat ook de verklaringen van derden die de goederen aan zich toeschreven onvoldoende bewijs boden.
Verder stelde appellante dat zij leed aan PTSS en een depressieve stoornis, waardoor haar verklaringen niet in vrijheid waren afgelegd. Dit werd niet onderbouwd door de medische stukken. De Raad concludeerde dat appellante niet had voldaan aan de inlichtingenverplichting en bevestigde de eerdere uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de bijstand en de terugvordering wegens het niet nakomen van de inlichtingenverplichting door appellante.