ECLI:NL:CRVB:2012:BW5021
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- J.L.P.G. van Thiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering WW- en ZW-uitkering wegens gefingeerd dienstverband
Appellante voerde aan dat zij van januari 2004 tot april 2005 werkzaam was bij een uitzendbureau en op basis daarvan recht had op WW- en ZW-uitkeringen. Het UWV stelde echter op grond van een onderzoek in het kader van het project 'Schijn bedriegt' vast dat er sprake was van een gefingeerd dienstverband en dat appellante geen daadwerkelijke arbeid had verricht.
Het UWV beëindigde de uitkeringen en vorderde de ten onrechte betaalde bedragen terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij zij het fraudeonderzoek en de processen-verbaal als voldoende bewijs achtte. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar tegenstrijdige verklaringen veroorzaakt werden door een hersenoperatie en dat getuigen bevestigden dat zij wel had gewerkt.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV zorgvuldig had onderzocht en dat de verklaringen van appellante en de eigenaar van het uitzendbureau tegenstrijdig en onvoldoende concreet waren. De Raad wees erop dat de bestuursrechter niet gebonden is aan strafrechtelijke uitspraken en dat het bewijs van een gefingeerd dienstverband voldoende was. Het hoger beroep werd verworpen en de intrekking en terugvordering van de uitkeringen bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van de uitkeringen worden bevestigd.