ECLI:NL:CRVB:2012:BW4645
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering procesoperator na auto-ongeluk
Appellant ontving een WW-uitkering en meldde zich ziek na een auto-ongeluk met diverse klachten. Het UWV beëindigde de Ziektewetuitkering per 12 oktober 2009, omdat een verzekeringsarts oordeelde dat appellant zijn werk als procesoperator kon hervatten. Appellant maakte bezwaar en ging in beroep, stellende dat hij nog niet hersteld was en zijn werkzaamheden beperkt kon uitvoeren.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het UWV de juiste maatstaf arbeid hanteerde en het medisch onderzoek zorgvuldig was. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij vanwege oogklachten niet in ploegendienst werkte en slechts lichte werkzaamheden verrichtte, maar kon dit niet onderbouwen.
De Raad overwoog dat de maatstaf arbeid van voltijdse procesoperator bij een soortgelijke werkgever juist was vastgesteld en dat appellant dit niet betwistte. Het rapport van een sociaal-geneeskundige uit 2011 was niet relevant voor de situatie per 12 oktober 2009. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering per 12 oktober 2009.