ECLI:NL:CRVB:2012:BW4643
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen intrekking WW-uitkering niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV tot intrekking van haar WW-uitkering en oplegging van een boete, maar diende dit bezwaar te laat in. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond omdat de bezwaartermijn was verstreken en geen verschoonbare omstandigheden waren aangevoerd.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij vanwege een postnatale depressie niet tijdig bezwaar kon maken en dat haar moeder contact had opgenomen met het UWV. De Raad stelde vast dat het bezwaar gericht was tegen het besluit van 26 april 2010 en dat de bezwaartermijn tot 7 juni 2010 liep. Het bezwaar werd echter pas op 17 juni 2010 per fax ontvangen, waardoor de termijn was overschreden.
De medische omstandigheden werden niet met een verklaring onderbouwd die aantoonde dat appellante gedurende de gehele termijn niet in staat was bezwaar in te dienen. Daarom werd het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het UWV bood aan het besluit te heroverwegen als alsnog een medische verklaring wordt overgelegd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het besluit tot intrekking van de WW-uitkering is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn zonder verschoonbare omstandigheden.