ECLI:NL:CRVB:2012:BW4625
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- E.C.R. Schut
- Rechtspraak.nl
Herziening bijstandsuitkering en terugvordering bij verzwegen werkzaamheden in visbranche
Betrokkene ontving bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB) vanaf januari 2006, welke zij op eigen verzoek beëindigde per 1 december 2008. Na beëindiging ging betrokkene 17 uur per week werken bij hetzelfde bedrijf tegen een netto-uurloon van €8. Naar aanleiding van een anonieme melding dat betrokkene verzwegen werkzaamheden verrichtte, stelde de gemeente Velsen een onderzoek in en herzag de bijstandsuitkering over de periode juni tot november 2008.
De rechtbank oordeelde dat het fictieve inkomen moest worden vastgesteld op het wettelijk minimumloon en dat betrokkene gemiddeld 11 uur per week had gewerkt, met uitzondering van één week van 24 uur. Appellant (gemeente) stelde hoger beroep in tegen dit oordeel over het fictieve inkomen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het terecht was uitgegaan van het netto-uurloon van €8, dat betrokkene in een aansluitende dienstbetrekking bij hetzelfde bedrijf was overeengekomen. Er was geen aannemelijk bewijs dat de aard van de werkzaamheden voor en tijdens het dienstverband verschilde. De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank voor zover het hierover oordeelde en verklaarde het beroep van betrokkene tegen het besluit van 22 juni 2010 ongegrond.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 1 mei 2012.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene tegen het besluit tot herziening en terugvordering wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd voor zover het het fictieve inkomen betreft.