ECLI:NL:CRVB:2012:BW4477
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens schending inlichtingenverplichting na detentie
Appellant ontving sinds 2002 bijstand en was gedetineerd van 11 mei 2008 tot en met 30 juni 2008. Na zijn detentie meldde hij zich opnieuw voor bijstand, maar het college vroeg bank- en giroafschriften van de laatste drie maanden om het recht op bijstand te beoordelen.
Appellant leverde deze gevraagde gegevens niet aan, waarop het college de bijstand opschortte en later introk. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze intrekking ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellant dat het college voldoende informatie had om het recht op bijstand te beoordelen zonder de bankafschriften. De Raad oordeelde echter dat deze gegevens noodzakelijk waren om inzicht te krijgen in de financiële situatie, ook vanwege verdenking van diefstal.
Omdat appellant de gevraagde gegevens niet heeft verstrekt, is zijn inlichtingenverplichting geschonden en kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld. De Raad bevestigt daarom de intrekking van de bijstand vanaf 1 juli 2008 en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting wordt bevestigd.