ECLI:NL:CRVB:2012:BW4422
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering en heropening onderzoek voor schadevergoeding redelijke termijn
Betrokkene, sinds 1987 arbeidsongeschikt, kreeg een WAO-uitkering die later werd ingetrokken door het UWV. Na bezwaar en beroep werd vastgesteld dat de psychische toestand van betrokkene zodanig was dat zij op de datum in geding redelijkerwijs niet met arbeid kon worden belast. Diverse medische rapporten, waaronder van verzekeringsartsen en psychiaters, verschilden in diagnose en beoordeling van beperkingen.
De rechtbank vernietigde het besluit tot intrekking van de uitkering, maar het hoger beroep van het UWV werd door de Centrale Raad van Beroep afgewezen. De Raad volgde de deskundige die stelde dat betrokkene niet arbeidsgeschikt was op de datum in geding en oordeelde dat het ontbreken van een tolk tijdens het onderzoek geen bezwaar vormde.
Daarnaast werd vastgesteld dat de redelijke termijn van de procedure werd overschreden. De Raad besloot het onderzoek te heropenen voor een nadere uitspraak over het verzoek van betrokkene om schadevergoeding wegens deze overschrijding, waarbij de Staat der Nederlanden als partij werd aangemerkt.
De Raad veroordeelde het UWV tot betaling van de proceskosten en legde een griffierecht op. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 27 april 2012.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd en het onderzoek wordt heropend voor een nadere uitspraak over schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.