ECLI:NL:CRVB:2012:BW4238
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking WAO-uitkering en bevestiging herziening arbeidsongeschiktheid
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het Uwv om haar WAO-uitkering in te trekken wegens een arbeidsongeschiktheidspercentage van minder dan 15%. Na een eerdere uitspraak van de rechtbank die het beroep ongegrond verklaarde, stelde appellante hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad liet deskundigen, waaronder een psychiater en een internist, rapporteren over de belastbaarheid van appellante. Uit hun rapporten bleek dat appellante geen objectiveerbare aandoeningen aan armen en handen had die wezenlijke beperkingen veroorzaakten. De Raad concludeerde dat de functie van productiemedewerker metaal- en elektroindustrie passend bleef, ondanks de vermeende bovennormale belasting op het reiken.
De Raad vernietigde het bestreden besluit tot intrekking van de WAO-uitkering, verklaarde het beroep tegen de herziening van de arbeidsongeschiktheidsklasse naar 25-35% ongegrond en veroordeelde het Uwv tot vergoeding van wettelijke rente en proceskosten. Het griffierecht werd eveneens aan appellante vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd, het beroep tegen de herziening van de arbeidsongeschiktheidsklasse wordt ongegrond verklaard, en het Uwv wordt veroordeeld tot vergoeding van wettelijke rente en proceskosten.