ECLI:NL:CRVB:2012:BW4069
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging herzieningsbesluit bijstand en terugvordering kosten
Appellanten ontvingen sinds 1997 bijstand volgens de WWB. Naar aanleiding van een onderzoek naar de inkomsten van hun meerderjarige kinderen besloot het college de bijstand te herzien en met 10% te verlagen over de periode van 4 juni 2002 tot en met 30 november 2006. Tevens werd besloten de kosten van de te hoog verleende bijstand terug te vorderen.
Appellanten maakten bezwaar tegen de herziening en de terugvordering. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigt het besluit voor zover het de herziening betreft, omdat de brief van 13 oktober 2008 slechts een herhaling is van het eerdere besluit van 14 november 2006 en geen nieuw besluit met rechtsgevolg vormt. Het bezwaar tegen deze brief is daarom niet-ontvankelijk.
De Raad oordeelt dat het college bevoegd was de kosten van de te hoog verleende bijstand terug te vorderen, ook al was er sprake van een tijdsverloop. De wettelijke verjaringstermijn van vijf jaar was niet verstreken omdat het college op 14 november 2006 bekend was met de feiten die de terugvordering rechtvaardigden en het besluit tot terugvordering op 13 oktober 2008 is genomen.
Appellanten voerden aan dat het bedrag van de terugvordering wegens trage besluitvorming gematigd moest worden, maar dit beroep faalde. Ook het beroep op dringende redenen en de zogenaamde zes-maanden-jurisprudentie werd verworpen omdat appellanten hun stellingen onvoldoende onderbouwden.
De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit voor zover het de herziening betreft, verklaart het bezwaar tegen de brief niet-ontvankelijk en veroordeelt het college in de proceskosten van appellanten.
Uitkomst: Het besluit tot herziening van de bijstand wordt vernietigd, bezwaar tegen de herzieningsbrief is niet-ontvankelijk, en het college mag de kosten van te veel verleende bijstand terugvorderen.