ECLI:NL:CRVB:2012:BW2228
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van het besluit geen recht op WIA-uitkering na aanpassing FML
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV dat hij vanaf 30 januari 2008 geen recht meer heeft op een WIA-uitkering, omdat hij geschikt werd geacht voor passende werkzaamheden met een verlies aan verdienvermogen van minder dan 35%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn psychische beperkingen groter zijn dan door het UWV vastgesteld, ondersteund door een rapport van een psychiater.
De Raad benoemde een onafhankelijke deskundige die de belastbaarheid van appellant deels bevestigde en deels beperkte, met name op het gebied van omgaan met conflicten en het dragen van eindverantwoordelijkheid. De bezwaarverzekeringsarts paste daarop de FML aan, maar de arbeidsdeskundige vond geen aanleiding om de lijst met arbeidsmogelijkheden te wijzigen.
De Raad oordeelde dat de deskundige zijn bevindingen voldoende had gemotiveerd en dat het UWV de belastbaarheid correct had vertaald in de aangepaste FML. De voorgehouden functies zijn medisch gezien geschikt. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, het bestreden besluit bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Het UWV werd veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht van appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV dat appellant geen recht meer heeft op een WIA-uitkering wordt bevestigd.