ECLI:NL:CRVB:2012:BW2002
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet-ingezetenschap in Almere
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB, waarbij zij verklaarde haar hoofdverblijf te hebben in Almere. Na een onderzoek naar haar woonsituatie, waarbij diverse instanties werden geraadpleegd en getuigen werden gehoord, concludeerde het college dat appellante overwegend bij haar moeder buiten Almere woonde. Het college trok de bijstand per 28 oktober 2008 in en vorderde de onterecht ontvangen bedragen terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat haar verklaringen vanwege psychische klachten niet betrouwbaar waren en dat het college het vertrouwensbeginsel had geschonden. De Raad oordeelde dat de medische informatie geen aanleiding gaf om de verklaringen te betwijfelen en dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd. Tevens is de bestuursrechter niet gebonden aan het oordeel van de strafrechter, die de strafzaak had geseponeerd.
De Raad concludeerde dat appellante niet haar woonplaats in Almere had en dat zij haar inlichtingenverplichting had geschonden. Hierdoor was het college bevoegd de bijstand in te trekken en terug te vorderen. Er waren geen dringende redenen om van terugvordering af te zien. Het hoger beroep faalde en de aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van de bijstand bevestigd.