ECLI:NL:CRVB:2012:BW1322
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens inkomsten uit hennepkwekerij en schending inlichtingenverplichting
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Op 18 december 2007 trof de politie in hun bergingen een professionele hennepkwekerij aan. De sociale recherche stelde vast dat appellanten ten minste één oogst hadden gerealiseerd, maar geen inkomsten uit de kwekerij hadden opgegeven. Het college van burgemeester en wethouders herzag en trok de bijstand over de periode van 24 september tot 17 december 2007 in en vorderde de ten onrechte ontvangen bijstand terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond. In hoger beroep voerden appellanten aan niet betrokken te zijn geweest bij de exploitatie, maar enkel de ruimte te hebben verhuurd. Zij konden echter geen objectieve en verifieerbare gegevens overleggen ter onderbouwing van hun stelling. De Raad concludeerde dat de schending van de inlichtingenverplichting vaststaat en dat de groeiperiode van de hennepkwekerij juist is vastgesteld.
De Raad oordeelde dat het college terecht de bijstand heeft ingetrokken en teruggevorderd. Het bewijsrisico voor het vaststellen van de bedrijfsperiode lag bij appellanten, die geen administratie hadden bijgehouden. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering bevestigd.