ECLI:NL:CRVB:2012:BW0565
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering wegens onvoldoende onderzoek gezichtsvermogen
Appellant, die sinds 1995 arbeidsongeschikt is vanwege psychische klachten en een gevoelsstoornis in het rechterbeen, maakte bezwaar tegen herzieningsbesluiten van zijn WAO-uitkering door het UWV. De bezwaarverzekeringsarts stelde dat er geen urenbeperking nodig was en geen beperking voor het gezichtsvermogen, maar de Raad oordeelde dat het onderzoek naar het gezichtsvermogen onvoldoende was voorbereid.
De Raad overwoog dat de bezwaarverzekeringsarts nader onderzoek had moeten verrichten door informatie in te winnen bij de oogarts, gelet op de verminderde gezichtsscherpte van appellant en de aard van het werk dat visuele controle vereist. De medische gegevens ondersteunden geen beperking voor gladde vloeren of blaas- en stoelgangklachten, en de psychische beperkingen rechtvaardigden geen urenbeperking.
De rechtbank had het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende arbeidskundige onderbouwing, maar liet de rechtsgevolgen in stand. De Raad bevestigt dat het bestreden besluit niet zorgvuldig tot stand is gekomen en niet deugdelijk is gemotiveerd, en beveelt het UWV het gebrek binnen acht weken te herstellen door nadere rapportages en eventueel een nieuw besluit.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen het gebrek in het bestreden besluit te herstellen door nader onderzoek naar het gezichtsvermogen.