ECLI:NL:CRVB:2012:BW0536
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op inschrijving voor medische zorg in Duitsland op grond van ABP-nabestaandenpensioen
Betrokkene, woonachtig in Duitsland en weduwe van een militair met een UGM-pensioen, verloor na het overlijden van haar echtgenoot het afgeleide recht op medische zorg in Duitsland ten laste van Nederland. Zij ontving een nabestaandenpensioen van het ABP, dat niet onder de wettelijke regelingen van de Verordening (EEG) nr. 1408/71 valt.
Het College voor zorgverzekeringen (Cvz) weigerde haar inschrijving als pensioengerechtigde voor medische zorg in Duitsland ten laste van Nederland. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. De Raad oordeelde dat de gelijkstellingsregeling van Bijlage VI, R, punt 1, onder f van de Verordening limitatief is en geen ruimte biedt voor een extensieve interpretatie die het ABP-nabestaandenpensioen zou omvatten.
Hoewel een wijziging van de regelgeving wordt voorgesteld om ook nabestaandenpensioenen op te nemen, ziet de Raad geen ruimte om hierop te anticiperen. De uitspraak bevestigt dat betrokkene geen recht heeft op medische zorg in Duitsland ten laste van Nederland op basis van het ABP-nabestaandenpensioen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat betrokkene geen recht heeft op inschrijving voor medische zorg in Duitsland ten laste van Nederland op grond van het ABP-nabestaandenpensioen.