ECLI:NL:CRVB:2012:BW0307
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering en heropening onderzoek schadevergoeding redelijke termijn
Appellante betwistte de intrekking van haar WAO-uitkering door het UWV, omdat volgens haar de beperkingen ernstiger waren dan vastgesteld in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, mede op basis van het oordeel van de onafhankelijke revalidatiearts Blanken, die geen aanwijzingen vond voor zwaardere beperkingen.
In hoger beroep heeft de Raad de deskundige opnieuw geraadpleegd, die zijn eerdere conclusies bevestigde. De Raad oordeelde dat er onvoldoende objectief-medische aanknopingspunten zijn om zwaardere beperkingen aan te nemen dan in de FML zijn vastgesteld. Ook de arbeidskundige onderbouwing van het besluit werd als juist beoordeeld.
Daarnaast heeft appellante een verzoek tot schadevergoeding ingediend wegens overschrijding van de redelijke termijn in de rechterlijke fase. De Raad constateerde dat de procedure bijna vijf jaar duurde, wat het vermoeden van termijnoverschrijding rechtvaardigt. Daarom werd besloten het onderzoek te heropenen en de Staat der Nederlanden als partij aan te merken voor de verdere procedure.
De Raad bevestigt de eerdere uitspraak en wijst het verzoek om herziening van de uitkeringsbeslissing af, maar bereidt een nadere uitspraak voor over de schadevergoeding wegens de overschrijding van de redelijke termijn.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd en het onderzoek naar schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt heropend.