ECLI:NL:CRVB:2012:BV9955
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WGA-uitkering na betwisting ziekmelding en arbeidsongeschiktheid
De zaak betreft een hoger beroep van appellante tegen een uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage inzake de toekenning van een WGA-uitkering aan een werkneemster. Vaststaat dat de werkneemster zich op 21 april 2006 heeft ziekgemeld, en dat appellante hiervan op de hoogte was. Appellante betwistte de geldigheid van deze ziekmelding en voerde aan dat de rechtbank onjuiste conclusies had getrokken over de arbeidsongeschiktheid en het ontbreken van nader medisch onderzoek.
De Raad overwoog dat appellante actie had moeten ondernemen tegen de ziekmelding, zoals het verzoeken om een versnelde controle of deskundigenonderzoek, maar dit niet had gedaan. Het rapport van de bezwaarverzekeringsarts van 11 juni 2008, dat de arbeidsongeschiktheid bevestigt, werd als zorgvuldig en concludent beoordeeld. Appellante maakte niet aannemelijk dat dit rapport gebrekkig was.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak dat de werkneemster recht heeft op een WGA-uitkering vanaf 18 april 2008, na het doorlopen van de wettelijke wachttijd. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de toekenning van de WGA-uitkering wordt bevestigd.