ECLI:NL:CRVB:2012:BV9890
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake maatschappelijke opvang en zorg aan ongewenst verklaarde vreemdeling
Verzoeker, een Somalische vreemdeling die sinds 1992 in Nederland verblijft en ongewenst is verklaard, verzocht om maatschappelijke opvang en bijstand op grond van de Wmo en WWB. Eerder zijn zijn bezwaren tegen de ongewenstverklaring en afwijzing van opvang door het COA ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelde dat de weigering van steun niet in strijd was met het EVRM, mede omdat adequate zorg via de AWBZ beschikbaar was.
Verzoeker stelde in hoger beroep dat het college en het Zorgkantoor verplicht moeten worden adequate opvang en zorg te bieden. De voorzieningenrechter overwoog dat er al zorg en opvang beschikbaar waren via Dimence en het Leger des Heils, hoewel verzoeker deze deels weigerde of problemen veroorzaakte. De voorzieningenrechter concludeerde dat niet was voldaan aan de voorwaarde van onverwijlde spoed.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak bevestigt dat de AWBZ als toereikende voorziening geldt en dat de maatschappelijke opvang en bijstand niet zonder meer kunnen worden afgedwongen als voorlopige voorziening zonder spoedeisend belang.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van onverwijlde spoed.