ECLI:NL:CRVB:2012:BV9092

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
16 maart 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-1135 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens ontbreken langdurige arbeidsongeschiktheid sinds 1993

Appellant heeft bij het UWV een WAO-uitkering aangevraagd, welke op 12 november 2009 werd afgewezen omdat niet was gebleken dat hij sinds 1993 voor 52 weken onafgebroken arbeidsongeschikt was. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond en vond geen aanleiding om te twijfelen aan het medische oordeel van de bezwaarverzekeringsarts. Appellant stelde in hoger beroep dat hij vóór zijn vertrek naar Marokko op 1 oktober 1994 langdurig ziek was en dus recht had op de uitkering.

De Centrale Raad van Beroep heeft in hoger beroep de aangevallen uitspraak bevestigd. De medische stukken die appellant overlegde, daterend vanaf 2009, boden geen aanwijzingen dat hij sinds 1993 langdurig arbeidsongeschikt was. Ook was uit een arbeidsovereenkomst gebleken dat appellant tussen 16 juni en 1 oktober 1994 in dienst was zonder ziekmelding.

De Raad vond geen reden om het eerdere oordeel te wijzigen en zag geen aanleiding tot toekenning van proceskosten. De weigering van de WAO-uitkering blijft daarmee in stand.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens het ontbreken van bewijs van langdurige arbeidsongeschiktheid sinds 1993.

Uitspraak

11/1135 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant], wonende te [woonplaats], Marokko (appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 13 januari 2011, 10/1047 (aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv).
Datum uitspraak: 16 maart 2012
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld en medische stukken overgelegd.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 februari 2011. Namens appellant is [B.] verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door A. Anandbahadoer.
II. OVERWEGINGEN
1.1. De Raad gaat uit van de feiten die de rechtbank in de aangevallen uitspraak heeft vermeld. De Raad volstaat hier met het volgende.
1.2. Bij besluit van 12 november 2009 heeft het Uwv appellants aanvraag voor een WAO-uitkering afgewezen, omdat niet is gebleken dat appellant (in 1993) voor 52 weken onafgebroken arbeidsongeschikt is geweest.
1.3. Bij besluit van 9 februari 2010 (bestreden besluit) heeft het Uwv zijn besluit van
12 november 2009 gehandhaafd.
2.1. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geoordeeld dat hetgeen appellant heeft aangevoerd niet tot het oordeel leidt dat het Uwv niet terecht heeft geweigerd om aan appellant een WAO-uitkering toe te kennen.
2.2. De rechtbank heeft geen aanleiding gezien voor twijfel aan het medische oordeel van de bezwaarverzekeringsarts, inhoudende dat niet is gebleken dat appellant in 1993 arbeidsongeschikt is geworden. Voorts is de rechtbank niet gebleken dat het rapport van de bezwaarverzekeringsarts onzorgvuldig tot stand is gekomen dan wel onjuistheden bevat. De rechtbank heeft voorts overwogen dat appellant geen medische informatie heeft overgelegd ter onderbouwing van zijn standpunt dat hij vanaf 1993 onafgebroken arbeidsongeschikt was.
3. In hoger beroep heeft appellant zich gekeerd tegen de aangevallen uitspraak. Appellant heeft herhaald dat hij, vóór zijn vertrek naar Marokko op 1 oktober 1994, dusdanig (lang) ziek was dat hij vanaf 1994 recht heeft op een WAO-uitkering.
4.1. Naar het oordeel van de Raad heeft de rechtbank deze grond afdoende besproken en genoegzaam gemotiveerd waarom die grond niet slaagt. De Raad voegt daar nog aan toe dat zich onder de gedingstukken een door appellant getekende arbeidsovereenkomst bevindt waaruit valt op te maken dat hij voor de periode van 16 juni 1994 tot
1 oktober 1994 een dienstverband is aangegaan. Niet is gebleken dat appellant gedurende deze periode zich ziek heeft gemeld.
4.2. In hetgeen appellant in hoger beroep aan medische informatie heeft overgelegd, ziet de Raad geen aanleiding voor een andersluidend oordeel. Uit deze stukken, gedateerd vanaf 2009, valt niet af te leiden dat appellant vanaf 1993 (langdurig) ziek is geweest.
4.3. Gelet op het voorgaande slaagt het hoger beroep niet. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
5. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door J. Brand, in tegenwoordigheid van J.R. Baas als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 maart 2012.
(get.) J. Brand.
(get.) J.R. Baas.
KR