ECLI:NL:CRVB:2012:BV9007
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak en veroordeling college in proceskosten bij bijstandszaak
Appellante had een bijstandsaanvraag ingediend die door het college werd afgewezen op grond van een gezamenlijke huishouding met haar broer. Zij maakte bezwaar tegen deze beslissing en stelde beroep in tegen het uitblijven van een beslissing op bezwaar. De rechtbank Amsterdam wees het verzoek om het college te veroordelen in de proceskosten af, omdat zij oordeelde dat appellante te vroeg beroep had ingesteld vanwege een vermeende verdaging van de beslistermijn.
In hoger beroep stelde appellante dat er geen sprake was van voeging van zaken en dat er geen uitstel van de beslistermijn was overeengekomen. De Raad overwoog dat de beslistermijn van zes weken was verstreken en dat het college geen bericht had gedaan van verdere verdaging. Hierdoor was het beroep van appellante tegen het uitblijven van een beslissing op bezwaar na het verstrijken van de beslistermijn ingesteld.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde het college in de proceskosten van appellante, inclusief vergoeding van het griffierecht. Hiermee werd het standpunt van appellante bevestigd dat het college niet tijdig had beslist en niet had voldaan aan de verplichtingen uit de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de uitspraak van de rechtbank en veroordeelt het college in de proceskosten van appellante wegens het niet tijdig beslissen op bezwaar.