ECLI:NL:CRVB:2012:BV8912
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens onvoldoende medewerking aan arbeidsinschakeling
Appellante ontving bijstand en was wegens arbeidsongeschiktheid ontheven van arbeidsverplichtingen tot januari 2008. Na een herkeuring werd zij geschikt bevonden voor een activeringstraject bij Startbaan, met een geleidelijke opbouw van uren vanwege haar beperkingen. Appellante verscheen slechts eenmaal op het traject en meldde zich herhaaldelijk ziek.
Het college legde op 13 oktober 2008 een maatregel op tot verlaging van de bijstand met 30% voor een maand wegens onvoldoende medewerking. Dit besluit werd bij bezwaar gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel in hoger beroep.
De Raad oordeelt dat appellante verwijtbaar onvoldoende heeft meegewerkt, onder meer door het niet nakomen van een driegesprek en het onbereikbaar blijven. De door appellante overgelegde medische stukken waren onvoldoende om haar afwezigheid te rechtvaardigen. Gezien eerdere waarschuwingen en de ernst van de situatie was de maatregel passend en proportioneel.
Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand met 30% voor een maand wegens onvoldoende medewerking wordt bevestigd.