ECLI:NL:CRVB:2012:BV8875
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verlaging bijstand met 30% wegens niet meewerken aan arbeidsinschakeling
Appellante ontving bijstand sinds 2003 en volgde in 2008 een arbeidstraining met als doel het behouden van arbeidsritme. Zij weigerde een aangeboden arbeidsovereenkomst bij een werkgever, omdat zij meer zekerheid wilde. Het college legde daarop een verlaging van de bijstand van 100% voor twee maanden op, welke later werd herzien tot 60% voor een maand.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat de gedraging van appellante niet valt onder de vijfde categorie van de maatregelenverordening, omdat er geen sprake was van voortijdige beëindiging van een voorziening, maar van het niet meewerken aan een nieuwe voorziening.
De Raad besluit dat een verlaging van 30% voor een maand passend is en veroordeelt het college tot vergoeding van proceskosten en griffierechten. De uitspraak vervangt het vernietigde besluit en legt daarmee een mildere maatregel op.
Uitkomst: De bijstand van appellante wordt met ingang van 1 maart 2009 met 30% verlaagd voor een maand.