ECLI:NL:CRVB:2012:BV8857
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen rechtstreeks belang bij toekenningsbesluit bijstand ex-echtgenote
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van 4 december 2009 waarbij aan zijn ex-echtgenote bijstand werd toegekend. Hij stelde dat hij rechtstreeks belanghebbende was omdat de kosten van die bijstand op hem zouden worden verhaald. Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens gebrek aan rechtstreeks belang.
De rechtbank vernietigde dit besluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen, en oordeelde dat de brief van 5 augustus 2010 geen besluit was. Appellant ging in hoger beroep en voerde aan dat zijn bezwaar zich richtte op het toekenningsbesluit zelf en dat zijn belang rechtstreeks was.
De Raad stelde vast dat de rechtbank niet volledig op het beroep had beslist en vernietigde de uitspraak. De Raad oordeelde dat het verhaal van bijstandskosten een afzonderlijk, discretionair besluit vereist en dat het belang van appellant niet rechtstreeks bij het toekenningsbesluit is betrokken. Het beroep tegen het bestreden besluit werd ongegrond verklaard. Het college werd veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen het besluit van 6 december 2010 wordt ongegrond verklaard omdat hij geen rechtstreeks belang heeft bij het toekenningsbesluit van bijstand aan zijn ex-echtgenote.