ECLI:NL:CRVB:2012:BV8842
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting bij hennepkwekerij
Appellant ontving bijstand en werd geconfronteerd met een maatregel wegens het niet nakomen van de inlichtingenverplichting in verband met een hennepkwekerij in zijn woning. Het college verlaagde de bijstand en trok deze over een periode in, met terugvordering van de betaalde bedragen. Appellant voerde aan dat de maatregel onterecht was opgelegd, onder meer omdat de vervolging door het openbaar ministerie niet betrekking had op de inlichtingenverplichting, maar op de hennepteelt zelf.
De Raad oordeelde dat de bepalingen van de gemeentelijke verordening niet ruimer kunnen worden uitgelegd dan de letterlijke tekst en dat de vervolging van de hennepteelt niet gelijkstaat aan een strafvervolging wegens schending van de inlichtingenverplichting. Tevens kon appellant onvoldoende aantonen dat de kwekerij korter dan de door het college gestelde periode bestond, en nam hij het bewijsrisico voor zijn rekening door geen concrete gegevens te verstrekken.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen ondubbelzinnige toezegging van het college was gebleken. Ook was er geen dringende reden om van terugvordering af te zien, aangezien appellant zijn gezondheidsproblemen niet aannemelijk had gemaakt. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.