ECLI:NL:CRVB:2012:BV8655
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verplichting tot medisch onderzoek bij ontheffing WWB-verplichtingen
Appellant had op grond van zijn medische situatie tijdelijk ontheffing gekregen van bepaalde verplichtingen uit de Wet werk en bijstand (WWB). Na bezwaar en eerdere procedures oordeelde de Centrale Raad van Beroep dat het college een nieuwe beslissing moest nemen waarin ook ontheffing van de verplichting tot medewerking aan een medisch onderzoek mogelijk was.
Het college nam daarop een nieuw besluit waarin ontheffing werd verleend zolang geen medische herkeuring was verricht, maar de verplichting tot medewerking aan die herkeuring bleef bestaan. Appellant voerde aan dat hij niet opnieuw was gehoord en dat hij vanwege bijzondere omstandigheden vrijstelling van de herkeuring zou moeten krijgen.
De Raad oordeelde dat het college niet verplicht was appellant opnieuw te horen bij de nieuwe beslissing, dat permanente ontheffing niet mogelijk is volgens vaste rechtspraak, en dat het medisch onderzoek noodzakelijk is om de arbeidsinschakelingsmogelijkheden te beoordelen. Ook werd geen strijd met het EVRM vastgesteld. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de verplichting tot medewerking aan een medische herkeuring blijft van kracht.