ECLI:NL:CRVB:2012:BV8287
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- J.F. Bandringa
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens schending inlichtingenverplichting kasstortingen
Appellant en zijn partner ontvingen bijstand volgens de norm voor gehuwden. Tijdens een handhavingsonderzoek bleek dat er tussen januari 2007 en januari 2008 elf kasstortingen op de rekening van de partner waren gedaan, totaal € 2.755,--. Appellant verklaarde dat dit deels leningen waren, maar het college kwalificeerde deze stortingen als inkomen en vorderde de te veel ontvangen bijstand terug. Tevens werd de bijstand een maand met 40% verlaagd wegens schending van de inlichtingenverplichting.
De rechtbank bevestigde het standpunt van het college, maar corrigeerde de maatregel naar een verlaging van 50%, die zij vervolgens matigde tot 40% in het belang van appellant. Appellant stelde in hoger beroep dat de stortingen leningen waren en verwees naar eerdere jurisprudentie, maar de Raad oordeelde dat de situatie wezenlijk anders was. De verklaringen van getuigen toonden geen concrete terugbetalingsverplichting, en het gebruikelijke mondelinge karakter van leningen in de woonwagencultuur kwam voor risico van appellant.
De Raad concludeerde dat de kasstortingen een periodiek karakter hadden en daarom als inkomen in de zin van de WWB moesten worden aangemerkt. Appellant had de inlichtingenverplichting geschonden door deze inkomsten niet op te geven. De opgelegde maatregel was daarom terecht. Het hoger beroep werd verworpen en de proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de verlaging van de bijstand met 40% voor een maand blijft in stand wegens schending van de inlichtingenverplichting.