ECLI:NL:CRVB:2012:BV8092
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- J.J.T. van den Corput
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering wegens arbeidsgeschiktheid
Appellante was commercieel directeur en meldde zich ziek met klachten aan bekken en rug. Het UWV beëindigde haar Ziektewetuitkering per 20 juli 2009 omdat zij niet langer ongeschikt werd geacht haar werk te verrichten. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat het medisch onderzoek door verzekeringsartsen voldoende was en er geen nieuwe medische informatie was.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij meer beperkt was dan aangenomen en dat onvoldoende onderzoek was gedaan naar de specifieke belasting van haar functie, die veel zitten, vergaderen en autorijden omvatte. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de uitkomst niet onjuist was. Appellante ondersteunde haar standpunt niet met medische gegevens.
Uit rapporten bleek dat appellante klachten en beperkingen ervaart, maar dat zij geen zware werkzaamheden kon verrichten. Nadere functiebeschrijving toonde aan dat appellante als traffic manager werkte, voornamelijk vanuit huis, zonder leidinggevende taken, en met voldoende mogelijkheid tot houdingafwisseling. De bezwaarverzekeringsarts concludeerde dat appellante nog steeds in staat was haar eigen werk te doen.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot beëindiging van de Ziektewetuitkering wordt bevestigd.