ECLI:NL:CRVB:2012:BV8090
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- J.J.T. van den Corput
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering Ziektewetuitkering wegens loonbetaling na ongeldige opzegging
Appellante was in dienst bij een werkgever met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd en een proeftijd van een maand. Zij werd ziek gemeld en ontslagen wegens niet verschijnen op het werk, maar de opzegging was buiten de proeftijd onrechtmatig. Na overleg tussen appellante en werkgever werd achteraf loon betaald over de ziekteperiode.
Het UWV had de Ziektewetuitkering herzien en teruggevorderd omdat er recht op loon bestond en dit loon ook was betaald. Tevens werd een toeslag ingevolge de Toeslagenwet herzien en teruggevorderd. Appellante voerde aan dat het recht op loon pas later was ontstaan en dat het UWV-beleid ruimte bood om terugvordering achterwege te laten.
De Raad oordeelde dat het recht op loon op grond van artikel 7:629 BW Pro bestond en ook was uitbetaald. Het UWV-beleid is consistent toegepast en het had appellante duidelijk kunnen zijn dat de opzegging niet rechtsgeldig was. Er waren geen uitzonderlijke omstandigheden die terugvordering rechtvaardigden.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees de vordering van appellante af, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De herziening en terugvordering van de Ziektewetuitkering en toeslag worden bevestigd omdat het loonrecht bestond en achteraf is betaald.