ECLI:NL:CRVB:2012:BV8019
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- J.J.T. van den Corput
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen Ziektewet-besluit wegens te late indiening
Appellante was werkzaam als schoonmaakster en viel uit wegens psychische klachten, waarna zij een Ziektewet-uitkering ontving. Op 4 juni 2009 verklaarde een verzekeringsarts haar geschikt voor werk en beëindigde de ZW-uitkering. Appellante ontving dit besluit naar het oordeel van het UWV, maar ontkende dit. Het UWV stuurde op 25 juni 2009 eenzelfde besluit toe, waarop appellante op 7 juli 2009 bezwaar maakte.
Het UWV verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het te laat was ingediend volgens de termijn van twee weken zoals voorgeschreven in artikel 75k ZW. De rechtbank oordeelde dat het besluit van 4 juni 2009 aan appellante was uitgereikt en dat de termijn dus was gestart, waardoor het bezwaar niet tijdig was ingediend.
In hoger beroep stelde appellante dat de rechtbank ten onrechte aannam dat zij het besluit had ontvangen en dat het besluit van 25 juni 2009 een zelfstandig rechtsgevolg had. De Raad overwoog dat het UWV aannemelijk had gemaakt dat het besluit op 4 juni 2009 door de verzekeringsarts was uitgereikt, mede op basis van de verklaring van de arts en een agressie-incident tijdens het spreekuur.
De Raad bevestigde dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard en dat het besluit van 25 juni 2009 geen zelfstandig besluit is. De ontkenning van appellante werd niet voldoende onderbouwd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het Ziektewet-besluit van 4 juni 2009 is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening; het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.