ECLI:NL:CRVB:2012:BV7912
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- E.J.M. Heijs
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek herziening intrekking bijstandsuitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant verzocht om herziening van het besluit van 29 november 2006 waarbij zijn bijstand over meerdere perioden werd ingetrokken en teruggevorderd. Het college wees dit verzoek af omdat niet alle gevraagde administratieve gegevens waren overgelegd, waardoor geen inhoudelijke herbeoordeling mogelijk was. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellant dat wel degelijk nieuwe feiten en omstandigheden waren aangevoerd, waaronder bankafschriften die een ander beeld zouden geven dan eerder bekend. Tevens stelde hij dat de strikte uitleg van artikel 4:6 van Pro de Awb de toegang tot de rechter beperkt en dat het in stand laten van het besluit een disproportionele maatregel is.
De Raad overwoog dat het oorspronkelijke besluit inmiddels onherroepelijk is en dat het bestuursorgaan bevoegd is om een verzoek tot terugkomen op een ambtshalve genomen besluit te behandelen, maar dat dit beperkt moet blijven tot de vraag of sprake is van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden. De door appellant overgelegde gegevens zijn weliswaar nieuw, maar geen nieuwe feiten in de zin van artikel 4:6 Awb Pro, omdat deze gegevens appellant reeds eerder had kunnen aanleveren.
De Raad verwierp het betoog over de beperking van de toegang tot de rechter en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Het beroep werd ongegrond verklaard en de kosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.