ECLI:NL:CRVB:2012:BV7902
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.H.M. Roelofs
- A.B.J. van der Ham
- E.C.R. Schut
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding en wederzijdse zorg
Appellant voerde hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Maastricht waarin het beroep tegen een besluit van het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Voerendaal werd afgewezen. Het College had de bijstand aan betrokkene ingetrokken en de kosten van bijstand mede van appellant teruggevorderd, omdat appellant en betrokkene een gezamenlijke huishouding voerden en appellant inkomsten had verzwegen.
Uit een uitgebreid onderzoek, waaronder observaties, verhoren en verklaringen van buurtbewoners, bleek dat appellant vanaf 1 september 2001 tot 29 december 2006 zijn hoofdverblijf had in de woning van betrokkene en dat er sprake was van wederzijdse zorg. De Raad oordeelde dat de objectieve criteria voor gezamenlijke huishouding en wederzijdse zorg waren voldaan, ondanks betwistingen van appellant.
Het College was bevoegd om de gemaakte kosten van bijstand mede van appellant terug te vorderen, omdat betrokkene haar inlichtingenverplichting had geschonden. Er waren geen dringende redenen om van medeterugvordering af te zien, ook niet vanwege de hoogte van de vordering. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van bijstandskosten mede van appellant wegens gezamenlijke huishouding en afwijzing van het hoger beroep.