ECLI:NL:CRVB:2012:BV7682

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
2 maart 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-7123 ANW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:9 AwbArt. 8:75 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroepschrift wegens termijnoverschrijding bij ANW-uitkering

Appellante stelde beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam die haar beroepschrift niet-ontvankelijk verklaarde wegens overschrijding van de beroepstermijn. Hoewel het beroepschrift tijdig was verzonden, werd het pas meer dan een week na afloop van de termijn ontvangen door de Sociale verzekeringsbank (Svb).

Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar gezondheidsproblemen haar belemmerden om de regels goed te volgen. De Raad overwoog dat het beroepschrift naar het juiste postbusadres van de Svb in Leiden was gestuurd, maar vanuit Duitsland verzonden was, wat de vertraging veroorzaakte. Deze vertraging kwam voor rekening en risico van appellante.

De Raad achtte niet aannemelijk dat de gezondheidsproblemen van appellante de vertraging rechtvaardigden en bevestigde daarom de niet-ontvankelijkverklaring. Er werd geen aanleiding gezien om af te wijken van de wettelijke termijnregels.

Uitkomst: Het beroepschrift is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.

Uitspraak

10/7123 ANW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellante], wonende te Marokko (appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 25 november 2010, 10/3073 (aangevallen uitspraak)
in het geding tussen
appellante
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb).
Datum uitspraak: 2 maart 2012
I. PROCESVERLOOP
Appellante heeft hoger beroep ingesteld.
De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van de Raad op 10 februari 2012. Aldaar zijn partijen niet verschenen.
II. OVERWEGINGEN
1. In de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante niet-ontvankelijk verklaard. Daarbij heeft de rechtbank overwogen dat het beroepschrift weliswaar tijdig ter post was bezorgd, maar meer dan een week na het einde van de beroepstermijn door de Svb was ontvangen. Gezien het bepaalde in met name artikel 6:9 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het beroepschrift niet tijdig ingediend. De door appellante gegeven verklaring voor deze termijnoverschrijding levert, naar het oordeel van de rechtbank, geen verschoonbare reden voor deze overschrijding op.
2. In hoger beroep benadrukt appellante dat zij door haar gezondheidsproblemen regels niet goed kan volgen.
3. De Raad overweegt als volgt.
3.1. Bij besluit van 31 maart 2010 (bestreden besluit) heeft de Svb het bezwaar tegen het besluit van 18 mei 2009, waarin aan appellante is medegedeeld dat zij geen recht heeft op een uitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet, ongegrond verklaard.
3.2. Het beroepschrift tegen het bestreden besluit is gedateerd 6 mei 2010. Blijkens de gedingstukken is dit beroepschrift door de Svb ontvangen op 28 mei 2010 en, na door de Svb te zijn doorgezonden, door de rechtbank op 2 juli 2010. Uit de envelop blijkt dat de brief door appellante gezonden is naar het juiste postbusadres van de Svb in Leiden, maar daaronder als land Deutschland staat vermeld. Uit de stempels op de envelop blijkt dat de brief ook daadwerkelijk eerst in Duitsland is geweest en pas daarna naar Nederland is gezonden. De hierdoor ontstane vertraging in de bezorging komt voor rekening en risico van appellante.
3.3. Voor zover de gezondheidsproblemen van appellante van invloed zijn geweest op de vertraging in de bezorging overweegt de Raad, met de rechtbank, dat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt hierdoor niet in staat te zijn geweest tijdig een beroepschrift in te (laten) dienen.
3.4. Uit 3.2 en 3.3 volgt dat de aangevallen uitspraak bevestigd zal worden.
4. De Raad ziet geen aanleiding toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 8:75 van Pro de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade, in tegenwoordigheid van I.J. Penning als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 maart 2012.
(get.) M.M. van der Kade.
(get.) I.J. Penning.
CVG