ECLI:NL:CRVB:2012:BV7623

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
2 maart 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-4514 AOW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning AOW-pensioen met korting wegens niet-verzekering sinds 1965

In deze zaak heeft de Centrale Raad van Beroep uitspraak gedaan in hoger beroep over de toekenning van een AOW-pensioen aan appellante, die sinds 30 oktober 1965 in Duitsland woont. De Sociale verzekeringsbank (Svb) had een korting van 86% toegepast op het AOW-pensioen, omdat appellante volgens de geldende regelgeving niet verzekerd was voor de AOW. De rechtbank Amsterdam had eerder het beroep van appellante tegen het besluit van de Svb ongegrond verklaard. Appellante stelde dat zij voor haar vertrek naar Duitsland in Nederland als vrijwilliger had gewerkt en dat zij een band met Nederland had behouden, maar de Raad oordeelde dat deze omstandigheden niet relevant waren voor de verzekeringsplicht. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat de Svb niet verplicht was om appellante te informeren over de gevolgen van haar verhuizing voor haar AOW-verzekering. De uitspraak werd gedaan op 2 maart 2012, en partijen hebben de mogelijkheid om binnen zes weken beroep in cassatie in te stellen bij de Hoge Raad.

Uitspraak

10/4514 AOW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellante], wonende te [woonplaats], Duitsland (appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 29 juni 2010, 09/161 (aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb).
Datum uitspraak: 2 maart 2012
I. PROCESVERLOOP
Appellante heeft hoger beroep ingesteld.
De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 februari 2012. Appellante is - met voorafgaand bericht - niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P.C.A. Buskens.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Appellante is geboren [in] 1943 en woont sinds 30 oktober 1965 in Duitsland. Bij besluit van
29 september 2008 heeft de Svb appellante met ingang van november 2008 een pensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) toegekend. Daarbij is ten opzichte van een volledig pensioen een korting toegepast van 86% omdat appellante sinds 30 oktober 1965 niet verzekerd was.
1.2. Bij het bestreden besluit van 15 december 2008 heeft de Svb zijn besluit van 29 september 2008 na bezwaar gehandhaafd.
2. De rechtbank heeft appellantes beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat appellante sinds 30 oktober 1965 niet verzekerd was voor de AOW omdat zij niet in Nederland woonde, noch loonbelasting betaalde ter zake van in Nederland in dienstbetrekking verrichte arbeid. Verder ontleende appellante geen verzekering aan de door haar vanaf 1993 ontvangen (pro rata) uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), nu niet is voldaan aan de daarvoor in artikel 8 van het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1989 gestelde eisen en ook niet aan de eisen, gesteld in artikel 26 van het (opvolgende) Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999. De rechtbank heeft voorts overwogen dat het feit dat er gedurende een periode ten onrechte premies op de WAO-uitkering van appellante zijn ingehouden, hierin geen verandering brengt. De rechtbank heeft ten slotte opgemerkt dat volgens vaste jurisprudentie van de Raad op de Svb geen verplichting rustte om appellante ten tijde van haar verhuizing naar Duitsland te informeren over de gevolgen daarvan voor haar verplichte verzekering voor de volksverzekeringen, waaronder de AOW.
3.1. De Raad kan zich geheel vinden in hetgeen de rechtbank heeft overwogen. Naar aanleiding van het hoger beroep overweegt hij nog het volgende.
3.2. Appellante heeft naar voren gebracht dat zij voor haar vertrek naar Duitsland in Nederland (als vrijwilliger) werkzaamheden heeft verricht voor de reserve-gemeentepolitie en het korps luchtwachtdienst. Zij heeft er verder op gewezen dat zij in Nederland kiesgerechtigd is en hier haar inkopen doet. Voor zover appellante hiermee heeft beoogd te stellen dat zij een band met de Nederlandse samenleving had en deze ook na haar verhuizing naar Duitsland heeft behouden, merkt de Raad op dat men slechts verzekerd is voor de AOW indien aan bepaalde eisen is voldaan. De rechtbank heeft bezien of appellante aan die eisen voldeed. De Raad kan niet anders dan vaststellen dat de rechtbank op goede gronden heeft vastgesteld dat appellante op grond van de geldende regelgeving sinds 1965 niet verzekerd was voor de AOW. Dat appellante een band met Nederland heeft behouden, is hiervoor niet van belang.
3.3. Voor het overige bevat het hoger beroep een herhaling van wat in eerste aanleg aan de orde is geweest. Dit behoeft geen verdere bespreking.
3.4. Het onder 3.1 tot en met 3.3 besprokene leidt tot het oordeel dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
4. De Raad ziet geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade, in tegenwoordigheid van I.J. Penning als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 maart 2012.
(get.) M.M. van der Kade.
(get.) I.J. Penning.
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH ’s-Gravenhage) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen inzake het begrip kring van verzekerden.
IvR