ECLI:NL:CRVB:2012:BV7623
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting AOW-pensioen wegens niet-verzekerd zijn sinds 1965
Appellante, geboren in 1943 en woonachtig in Duitsland sinds 1965, ontving een AOW-pensioen met een korting van 86% omdat zij sinds 30 oktober 1965 niet verzekerd was voor de AOW. De rechtbank had dit eerder vastgesteld en het beroep van appellante ongegrond verklaard.
Appellante voerde aan dat zij een band met Nederland had behouden, onder meer door vrijwilligerswerk voor de reserve-gemeentepolitie en het korps luchtwachtdienst, haar kiesrecht en inkopen in Nederland. De Raad overwoog echter dat verzekering voor de AOW afhankelijk is van specifieke wettelijke eisen, waaronder woon- en belastingplicht in Nederland, waaraan appellante niet voldeed.
De Raad bevestigt dat de rechtbank op goede gronden heeft geoordeeld dat appellante sinds 1965 niet verzekerd was en dat het feit dat premies onterecht werden ingehouden op haar WAO-uitkering hieraan niets verandert. Ook rustte geen informatieplicht op de Sociale verzekeringsbank ten tijde van haar verhuizing.
Het hoger beroep bevatte geen nieuwe gronden en werd daarom verworpen. De Centrale Raad van Beroep bevestigt de eerdere uitspraak en wijst het beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de korting van 86% op het AOW-pensioen wegens niet-verzekerd zijn sinds 1965.