ECLI:NL:CRVB:2012:BV7597
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting op AOW-pensioen en partnertoeslag na vertrek uit Nederland
Appellant, geboren in 1943, werkte vanaf 1970 in Nederland en ontving vanaf 1972 een WAO-uitkering. In augustus 1976 keerde hij terug naar Turkije, waarna zijn WAO-uitkering per 1 september 1976 werd verlaagd vanwege een lagere mate van arbeidsongeschiktheid. In 2007 vroeg appellant AOW-pensioen aan, dat met 88% korting werd toegekend vanwege een verzekerde periode van minder dan zes jaar.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat de korting terecht was toegepast. De verzekering eindigde bij vertrek uit Nederland en appellant was niet verzekerd gebleven onder de relevante besluiten, mede omdat hij een WAO-uitkering ontving met een arbeidsongeschiktheidspercentage tussen 35 en 45%.
Appellant stelde dat hij recht had op een hoger pensioen omdat hij na vertrek verzekerd zou zijn gebleven en dat de verlaging van zijn WAO-uitkering onterecht was. De Raad overwoog dat de toeslag ingevolge de Toeslagenwet buiten beschouwing moest blijven bij de vaststelling van de verzekering en dat de verlaging van de WAO-uitkering niet ter discussie stond omdat appellant hiertegen geen rechtsmiddel had aangewend.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat de korting van 88% op het pensioen en de toeslag terecht was toegepast. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 2 maart 2012.
Uitkomst: De korting van 88% op het AOW-pensioen en de partnertoeslag wordt bevestigd omdat appellant na vertrek uit Nederland niet verzekerd bleef.