ECLI:NL:CRVB:2012:BV7521
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na geschiktheid voor WAO-functies bevestigd
Appellante meldde zich ziek na een zwangerschapsuitkering en ontving een Ziektewetuitkering. Na medisch onderzoek door een verzekeringsarts werd geconcludeerd dat zij per 5 oktober 2009 geschikt was voor arbeid, namelijk functies die in het kader van de WAO-beoordeling aan haar waren voorgehouden. Het UWV beëindigde daarop haar uitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat het medische onderzoek zorgvuldig was en de conclusie kon dragen. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen waren toegenomen, maar onderbouwde dit niet met nieuwe medische gegevens.
De Raad oordeelde dat het bestreden besluit gebaseerd is op zorgvuldig medisch onderzoek, waaronder rapportages van de bezwaarverzekeringsarts en een revalidatiearts die geen ernstige afwijkingen vaststelden. Het Riagg-rapport van appellante betrof een latere datum en kon het oordeel niet wijzigen.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De Ziektewetuitkering werd terecht beëindigd omdat appellante geschikt was voor ten minste één van de aan haar voorgehouden WAO-functies.
Uitkomst: De Ziektewetuitkering van appellante is terecht beëindigd omdat zij geschikt is voor ten minste één van de WAO-beoordeelde functies.