ECLI:NL:CRVB:2012:BV7220
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op ziekengeld wegens geschiktheid voor eigen werk als schoonmaakster
Appellante, werkzaam als schoonmaakster van kantoorgebouwen, meldde zich ziek met hoofdpijn, nachtmerries en angstklachten. Na medisch onderzoek werd zij per 28 juni 2010 geschikt bevonden voor haar werk. Het UWV stelde daarop het recht op ziekengeld stop, wat door appellante werd aangevochten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij het medisch onderzoek door de bedrijfsarts en bezwaarverzekeringsartsen zorgvuldig werd bevonden. De Raad overwoog dat de beperkingen door depressie en angstklachten niet zodanig waren dat zij haar werk niet kon verrichten. De angstklachten kwamen pas later duidelijk op de voorgrond, wat niet leidde tot arbeidsongeschiktheid per de datum in geschil.
Appellante voerde aan dat onvoldoende rekening was gehouden met haar agorafobie en dat haar belastbaarheid niet goed was vastgesteld. De Raad vond echter dat de medische informatie en onderzoeken voldoende waren en zag geen aanleiding voor nader deskundigenonderzoek. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het recht op ziekengeld wordt beëindigd omdat appellante geschikt is voor haar eigen werk.