ECLI:NL:CRVB:2012:BV6864
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WGA-uitkering ondanks latere vaststelling duurzame arbeidsongeschiktheid
Werknemer viel uit wegens hoofdpijn- en psychische klachten en kreeg op grond van de Wet WIA een WGA-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheid van 100%. De verzekeringsartsen stelden dat de arbeidsongeschiktheid niet duurzaam was, omdat met multidisciplinaire behandeling verbetering mogelijk was. Appellant, de gemeente, betwistte dit en wilde een IVA-uitkering toegekend zien, stellende dat de beperkingen duurzaam waren.
De rechtbank oordeelde dat de prognose van verbetering door de verzekeringsartsen, gebaseerd op rapporten van een neuropsycholoog en psychiater, voldoende was en dat het latere vaststellen van duurzaamheid geen invloed had op de beoordeling op het moment van het besluit. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad dit oordeel, stellende dat er geen objectief-medische gegevens waren die het standpunt van appellant ondersteunden.
De Raad benadrukte dat de prognose betrekking had op de situatie per 30 augustus 2007 en dat latere gegevens die leidden tot een IVA-uitkering per 2009 geen reden gaven om de eerdere prognose te herzien. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen aanleiding gezien voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De Centrale Raad bevestigt dat werknemer terecht een WGA-uitkering ontving en nog niet in aanmerking kwam voor een IVA-uitkering omdat hij op dat moment niet duurzaam arbeidsongeschikt was.