ECLI:NL:CRVB:2012:BV6378
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag bijstand wegens onvoldoende inzicht in inkomenssituatie
Appellante diende op 29 mei 2008 een aanvraag om bijstand in, die door het college op 24 september 2008 werd afgewezen wegens onvoldoende vaststelbaarheid van het recht op bijstand. Het bezwaar werd ongegrond verklaard, waarna de rechtbank Breda het beroep tegen dit besluit eveneens afwees. Appellante stelde in hoger beroep dat het besluit en de uitspraak onbegrijpelijk waren, mede gelet op een eerdere uitspraak van de voorzieningenrechter die een voorlopige positieve beoordeling suggereerde.
De Raad overwoog dat de uitspraak van de voorzieningenrechter een voorlopig karakter heeft en niet bindend is voor de bodemprocedure. Verder bleek uit het dossier dat appellante onvoldoende duidelijkheid had verschaft over haar inkomenssituatie, waaronder alimentatie, leningen en bankafschriften. Hierdoor was niet voldaan aan de inlichtingenplicht ex artikel 17 WWB Pro, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
Gezien deze feiten en het ontbreken van nieuwe beroepsgronden bevestigde de Raad het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 21 februari 2012.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt bevestigd.