ECLI:NL:CRVB:2012:BV6367
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand en matiging terugvordering na schending inlichtingenplicht
Appellant ontving bijstand vanaf januari 2002, die het college introk per 12 december 2002 wegens schending van de inlichtingenplicht over het woonadres. Dit intrekkingsbesluit van 24 augustus 2005 werd niet bestreden en is daarmee onaantastbaar geworden. Het college vorderde vervolgens bijstandskosten terug over de periode 12 december 2002 tot 31 augustus 2005 via een besluit van 8 juni 2007.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen het terugvorderingsbesluit gegrond vanwege onvoldoende motivering van de matiging van de terugvordering, waarna het college een nieuw besluit nam waarin de terugvordering werd gematigd tot 5% van het bedrag. Appellant stelde dat het latere terugvorderingsbesluit het eerdere intrekkingsbesluit zou vervangen, maar de Raad oordeelde dat dit niet het geval is.
De Raad bevestigde dat het intrekkingsbesluit onaantastbaar is en dat het college bevoegd was tot terugvordering. De matiging van 5% werd als redelijk beoordeeld, mede gelet op eerdere jurisprudentie. Het beroep van appellant werd ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot matiging van de terugvordering wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.