ECLI:NL:CRVB:2012:BV6350
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ondeugdelijke verantwoording persoonsgebonden budget AWBZ
In deze zaak staat centraal of het persoonsgebonden budget (PGB) toegekend aan wijlen betrokkene correct is verantwoord. De appellanten, erven van betrokkene, hebben het PGB gebruikt voor directe verzorging en de aanschaf van hulpmiddelen zoals een rollator, een elektrisch verstelbaar bed, een sta-opstoel en badkameraanpassingen. Groene Land PWZ Achmea Zorgverzekeringen NV stelde dat deze hulpmiddelen niet kwalificeren als AWBZ-zorg en dat een deel van de voorzieningen onder de Zorgverzekeringswet en de Wet maatschappelijke ondersteuning valt.
De Raad heeft geoordeeld dat de genoemde hulpmiddelen niet als AWBZ-zorg kunnen worden aangemerkt. Volgens artikel 2.6.9 van de Regeling subsidies AWBZ mag het PGB uitsluitend worden gebruikt voor zorg zoals omschreven in artikel 2.6.1 van de Regeling, die verwijst naar zorgfuncties in het Besluit zorgaanspraken AWBZ. De hulpmiddelen vallen niet onder deze zorgfuncties en zijn ook niet noodzakelijk verbonden kostenposten.
Daarmee is het beroep van appellanten ongegrond en wordt de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen en er is geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzitter R.M. van Male met griffier B.E.H. Bekkers.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.