ECLI:NL:CRVB:2012:BV6117
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J. Brand
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering op juiste medische grondslag
Appellante, voormalig medewerkster van een bloemenveiling, meldde zich ziek na haar zwangerschapsverlof vanwege rug- en rechterschouderklachten. Het UWV stelde op basis van medisch onderzoek door artsen Hellemons en Mirza vast dat haar beperkingen matig waren en het verlies aan verdienvermogen minder dan 35% bedroeg, waardoor geen recht op WIA-uitkering ontstond.
In bezwaar en beroep werden aanvullende medische gegevens, waaronder een brief van een neuroloog en PsyQ, ingebracht. Deze gaven aan dat er sprake was van een pijnstoornis en mogelijk een carpaal tunnelsyndroom (CTS). De rechtbank oordeelde echter dat deze informatie onvoldoende aanleiding gaf het besluit te herzien, mede omdat het verlies aan verdienvermogen ongewijzigd bleef.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad acht de medische grondslag van het besluit juist en wijst erop dat de CTS-diagnose pas na het bestreden besluit werd gesteld en dat er geen bewijs is dat de hand- en vingerfunctie op de datum van het besluit onjuist is ingeschat. Ook de psychische beperkingen zijn volgens de Raad adequaat meegenomen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering op basis van een juiste medische grondslag en onvoldoende verlies aan verdienvermogen.