ECLI:NL:CRVB:2012:BV5591
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat hij vanaf 17 januari 2011 minder dan 35% arbeidsongeschikt is en daarom geen recht heeft op een WIA-uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij zij oordeelde dat de medische en arbeidskundige beoordeling zorgvuldig was uitgevoerd en dat de voorgehouden functies geschikt waren voor appellant.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren en voerde aan dat zijn beperkingen aan linkerarm en linkerliesstreek waren onderschat en dat er onterecht geen urenbeperking wegens energieverlies was aangenomen. Hij overhandigde een brief van zijn uroloog met aanvullende medische informatie. De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat deze nieuwe informatie geen afwijkingen toonde die de klachten konden verklaren en dat er geen aanleiding was om de eerdere medische beoordeling te betwijfelen.
De Raad onderschreef de eerdere conclusies dat de voorgehouden functies passend zijn en dat appellant onvoldoende arbeidsongeschikt is voor een WIA-uitkering. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 16 februari 2012 door J.P.M. Zeijen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd dat appellant geen recht heeft op een WIA-uitkering.